El Pino and the Volunteers / The Horse Company, Effenaar, Eindhoven (31/01/2010)







NB de auto op de foto - genomen in het prachtige San Francisco tijdens onze Amerikarondreis - is overigens niet de mijne (hoewel ik 'm als Keverliefhebber dolgráág als tweede auto zou willen), maar die herinnert me wel aan de vakantie in Amerika, de natie die hét toonbeeld van relaxed rijden is...

De komende weken volgen daarin nog wat meer uitdagingen bij interviews en concerten. Maar ook met interessante en creatieve fotoprojecten die we oppakken met de cursusgroep (daarover wellicht later meer, in woord en beeld). Daarnaast ben ik me momenteel ook aan het oriënteren op een eigen website om een portfolio op te tonen aan de buitenwereld. Want waarom zou ik niet gaan proberen nog wat meer te hobbyen en freelancen met tekst en beeld? De procesmatige kant komt in mijn dagelijkse werk meer dan voldoende aan bod, in mijn vrije uurtjes moet die creatieve drang regelmatig eens de nodige speelruimte krijgen. Die ruimte wil ik er dan ook vooral lekker in houden.
Voor nu, check mijn foto's hier. Wellicht binnenkort op mijn eigen website. Voor mogelijke fotoshootopdrachten, gebruik vooralsnog het contactformulier ;-)

December is een drukke maand. Vanwege Sinterklaas, Kerst en oudejaarsavond. Vanwege zaken op het werk die nog dit jaar afgerond dienen te worden. Maar dit keer ook van verhuisdozen en verf. Net voor de Kerst hopen we definitief over te zijn naar onze nieuwe woning. We gaan namelijk samenwonen in de lichtstad, Eindhoven. Niet gek ver van het centrum en het station. En niet zo ver van de Effenaar. Voor het zo ver is zal er nog het nodige werk verzet moeten worden. In mijn huidige appartement en in het nieuwe huisje. Een drukke decembermaand dus, maar het einddoel is leuk...
Stilaan gloort het einde van onze reis alweer. San Francisco is niet zo gek ver meer weg. Vanaf Monterey zetten we verder koers richting het noorden van Californië. Met als volgende bestemming Santa Cruz, eveneens weer pal aan de Pacific. De dag brengen we grotendeels door aan het strand, lekker rustig liggend op een handdoekje met een boek in de hand. Sterker nog, het (weliswaar relatief dunne) boek van Philip Roth wordt in een paar uur tijd helemaal verslonden. Wederom is het niet warm genoeg om ook daadwerkelijk de zee in te duiken. Waar Santa Cruz wel befaamd om is, dat is de boardwalk aan het strand. Een hele serie kermis- en pretparkattracties trekt hordes gezinnen richting het water. Zoals toch al in heel Californië het water een enorme aantrekkingskracht heeft. Veel meer doen we niet eens in Santa Cruz, behalve lekker eten bij een lokale Indiër.
De volgende dag rijden we vanaf Santa Cruz richting het Big Basin Redwoods State Park, een park waar veelal 1000 tot 2000 jaar oude bomen de skyline domineren. Loeiers van bomen, ware knotsen. Dat maakt de wandeling door het bos meer dan de moeite waard. Net zoals trouwens de rit over het bochtige parcours. Het biedt fraaie uitzichten richting Palo Alto en andere stadjes net ten zuiden van San Francisco. 's Avonds eindigen we in Pacifica, wat ons de volgende dag nog maar een klein ritje van onze eindbestemming afhoudt. Ons hotel ligt pal aan de oceaan, dicht tegen de plaats waar het water constant en schier eindeloos tegen de rotsachtige kust beukt. Een fraai schouwspel met woeste en tegelijkertijd rustgevende geluiden. Fris is het er wel, frisser dan het eerder op de rest van de reis geweest is.
Bij het krieken van de ochtend is het tijd de witte Ford Fusion te pakken en terug te brengen naar de parkeergarage van het verhuurbedrijf, vlakbij Union Square in San Francisco. Een bescheiden ritje met de auto die intussen toch een beetje als onze auto is gaan voelen. Het was een heerlijkheid rustig over Amerika's highways te rijden. Niet de drukte en hectiek van Nederland, niet de vaak asociale weggebruikers, maar juist tamelijk gedisciplineerde, relaxte weggebruikers. Autorijden in Amerika is een genot, een voorrecht. Er is geen betere manier om dit land te zien en te verkennen. Nadat we onze tassen gedropt hebben bij ons hotel in de oude hippiewijk Haight-Ashbury is het, na een laatste touchering van het gaspedaal, tijd om 'm te parkeren en per tram verder te gaan. We bezoeken daarna nog het Golden Gate Park, zitten in het gras vlakbij de Conservatory of Flowers en kopen nog wat laatste platen bij Amoeba, een joekel van een platenzaak. Onder meer Monsters of Folk en Pearl Jam gaan mee in de koffer naar huis.
Op de laatste dag vóór de retourvlucht is het dan tijd om de Golden Gate Bridge onder onze voeten te krijgen. Of beter gezegd, onder onze wielen. Want we huren zoals vele anderen een fiets bij Blazing Saddles en fietsen daarmee de imposante rode brug over. Op het fiets- annex voetpad is het al net zo druk als op de autorijbanen van de brug. Het is dan ook vooral een kunst al dat volk te ontwijken. Zeeschepen die beneden de baai binnenvaren zien er uit als speelgoedbootjes met Legosteentjes aan boord. Ditmaal is dus het zicht perfect en is er rondom de brug geen sliertje mist te ontdekken. Dat is een genot, met de stad op de achtergrond. Maar ook een blik omhoog, langs de statige rode pilaren is duizelingwekkend. Wat een werkstuk is het, deze brug. Helaas haalt mijn camera het niet meer tot aan de brug. Zonder enige aanleiding valt de lens namelijk stuk, het glasgedeelte schiet zomaar uit het objectief. Vervelend, maar gelukkig op de laatste dag van de vakantie en gelukkig heeft men zoiets als verzekeringen.
Op de laatste dag, donderdag 1 oktober, staat voor dag en dauw onze transfer naar SFO, de internationale luchthaven van de stad, klaar. Via Chicago brengen de zilveren vogels van American Airlines ons zonder enige vertraging terug naar Brussel. En de NMBS en NS voeren ons vervolgens mee huiswaarts. Moe, voldaan, maar vooral boordevol indrukken, verhalen en prachtige foto's zijgen we 's avonds enigszins gedesoriënteerd door het tijdsverschil neer op onze hoofdkussens.
Vanaf de weinig fascinerende hotellocatie dicht bij de snelweg vertrekken we de volgende ochtend weer. Op naar Joshua Tree National Park. De volgende twee nachten zullen we doorbrengen in een typisch Amerikaans motel in Twentynine Palms (waar in werkelijkheid nog een stuk meer palmen staan). Op tien meter van onze kamer ligt een zwembad. Geen overbodige luxe als je even af wilt koelen na een dag in de hete omgeving. Joshua Tree is een fascinerend park. Enerzijds is er een laag gedeelte met cactussen en anderzijds is er het hoger gelegen deel met de befaamde Joshua Trees, de bomen waar U2 ooit een befaamd album naar vernoemde. Ze zijn er in alle vormen en maten, en in allerlei toestanden. Links en rechts liggen er wat van die bomen plat, als voer voor de termieten. Maar de meesten staan trots overeind, met hun armen omhoog. Overdag al een prachtig gezicht, maar wanneer we 's avonds rond zonsondergang in het park zijn om de laatste zonnestralen op te vangen, is het uitzicht helemaal geniaal mooi. En het mooiste van dit park is wellicht nog dat het een fraaie oase van rust is in vergelijking met het drukke Yosemite. Met meer dan genoeg mooie plekjes om uit te kijken over het landschap. En zelfs nog een plek vanwaar we in de Coachella Valley kunnen kijken en in de verte de immer voor gevaar zorgende San Andreasbreuk zien lopen.
Na dit park is het tijd om de Ford Fusion weer te beladen met onze tassen (en inmiddels aangeschafte trolley) en opnieuw koers te zetten richting de kust. De volgende stop wordt Ventura, een kuststadje even ten noorden van Los Angeles dat de volgende twee nachten ons onderdak zal bieden. Onderweg passeren
we nog een flinke bosbrand in de heuvels rond L.A. Het lijkt daar wel nooit op te houden. Gek is dat overigens niet helemaal, als je merkt hoe droog Californië over het algemeen is. De volgende dag rijden we met de auto door de dikke mist langs de kustweg richting Los Angeles. The Big Orange is een stad die zich moeilijk laat pellen. We parkeren in Santa Monica, vlakbij de pier en bekijken die vaak zo geromantiseerde plaats om te beginnen vanaf het strand, waar de mist ook nog het vrije zicht belemmert. Toch heeft het wel iets, met de misttoeter in de verte en de strandwachtershutjes in de grijze nevel. Vervolgens besluiten we de bus te nemen richting Hollywood. Die moeite hadden we ons beter kunnen besparen. En niet alleen omdat het nog een behoorlijk eind is vanaf de kust. Het epicentrum van de filmindustrie is een domper van jewelste. Goed, je hebt er de Walk of Fame. Check. De Hollywoodletters. Check. Maar dan heb je het ook wel zo ongeveer gehad. We drinken er een bak koffie en trekken dan weer terug richting de oceaan. Om een wandeling te maken richting Venice Beach, langs Muscle Beach en het bekende fietspad waar bronsgekleurde jongens en meisjes fietsen, skaten en hardlopen. Hier draait alles om uiterlijk en om in goede vorm zijn. Dat kan je duidelijk niet van alle Amerikanen zeggen. Om het ruime sop te kiezen, daar is het aan het water te fris voor. We houden het dus bij zitten in het mulle zand. Na het verorberen van een fantastisch lekkere risotto in een heerlijk restaurantje in Santa Monica keren we Los Angeles weer de rug toe.
Na een goede nachtrust in Ventura gaat onze tocht richting het noorden. Naar het mooie en historische Santa Barbara, dat er inderdaad precies zo uitziet als op de televisie. Alle gebouwen in de klassieke witte kleur met rode daken, ook doelbewust zo hersteld na de allesvernietigende aardbevingen. Santa Barbara voelt rustig en prettig. Vreemd is het dan ook niet dat een aantal grote sterren hier graag bivakkeert. Diezelfde dag nog rijden we door naar Pismo Beach, een stadje met een fraai strand dat in de avond een prachtig gezicht biedt op de oceaan en de pier.
Hearst Castle wordt één van de attracties van de 25ste september. Het immense paleis van de megalomane mediamagnaat William Randolph Hearst ligt in de heuvels boven San Simeon, met uitzicht op de machtige
oceaan. 
Met verschillende klassieke bouwstijlen liet Hearst zijn droomwoning bouwen op de plek waar hij in zijn jeugd vaak gekampeerd had. Imposant is het zeker. Menig Europese vorst zou stikjaloers zijn op een dergelijke plek. En voor de Amerikanen voelt het toch een beetje als een opvulling van hun gemis aan kastelen en paleizen. Teruggekeerd bij Highway One, de kustweg tussen Los Angeles en San Francisco, kijken we weer uit op de machtige rotspartijen waartegen de Grote Oceaan op woeste wijze beukt. Bocht na bocht is er links van ons weer dat ultieme vergezicht op die schijnbaar oneindige waterpartij. De prachtige omgeving van Big Sur passeren we in het schemerdonker en met lichte mist. Er zijn amper betaalbare hotels te vinden in Big Sur, en dus rijden we noodgedwongen door naar Carmel, de ietwat exclusief aandoende plaats waar ooit Clint Eastwood nog burgemeester was. De dag erna keren we terug naar Big Sur om de omgeving nog eens in het daglicht te aanschouwen. Zo rijden we vanaf de (nog door Death Cab For Cutie bezongen) Bixby Canyon Bridge, een imposant bouwwerk, een zandweg in, langs de plek waar schrijver Jack Kerouac ooit nog eens een tijd in retraite van zijn drankverslaving doorbracht en dat vereeuwigde in zijn boek Big Sur. De ronde afmaken lukt niet, omdat we opeens halverwege een aanstormende (doch nergens zichtbaar aangekondigde) marathon tegenkomen. Na wat foto's genomen te hebben van de brug en de woeste zee keren we weer terug in de richting van Salinas, om daar het John Steinbeck Center te bezoeken, een museum dat helemaal gaat over de schrijver John Steinbeck. De man die schreef over de minder succesvolle lotgevallen van de agrarische regio. Mensen in de visverwerking of fruitteelt, mensen die in de tijd van de grote economische crisis vanuit onder meer Oklahoma richting Californië trokken, op zoek naar werk. Het museum laat op een mooie en speelse manier een dwarsdoorsnede zien van wie Steinbeck was en hoe 's mans werk binnen de geschiedenis van Amerika en de regio past.
Voor de avond bestond al het plan om richting Big Sur te gaan, voor het optreden van The Dodos bij de Henry Miller Library, maar als we bij de kassa van het John Steinbeck Center een vriendelijke student treffen die toevalligerwijs naar The Dodos aan het luisteren is, wordt ons ook al snel onderdak voor de nacht aangeboden. We hebben die avond het voorrecht voornoemde band in de prachtige bossen rond Big Sur te aanschouwen. Op een podium in de buitenlucht, waarboven van takken een vredesteken in elkaar gezet is. De sfeer is magisch en zeer rustgevend, niet in de laatste plaats vanwege de uiterst relaxte aanwezigen en de betoverende ritmes van The Dodos. 's Nachts slapen we respectievelijk op een bankstel en op een zitzak in het studentencomplex van onze nieuwe vriend Carlos, in Monterey.
Wordt vervolgd…

Las Vegas. Het sodom en gomorra midden in de woestijn. Een ongelooflijke stad, water- en energieverslindend met alle kolossale hotels, zwembaden, fonteinen, neonverlichting en alle andere ongekende gekte. Bij aankomst kijk je wel even je ogen uit. In het casino onder ons pyramidevormige hotel (het patserige, in Egyptische stijl gebouwde Luxor) voel je je bijna een legbatterijkip. Of het nou dag of nacht is, daar heb je binnen geen flauw benul van. En binnen, daar kan je feitelijk de godganse dag blijven, mocht je dat echt willen. Je vindt onder het hoteldak namelijk een achttal restaurants, een paar koffietoko's van Starbucks, enkele theaters, een heuse shopping mall en niet te vergeten een royale trouwkapel. Oh, en voor degene die het zich afvraagt: nee, we er zijn niet getrouwd. Wel zijn we in verzengende hitte gaan wandelen over een deel van The Strip. Maar bij temperaturen een stuk boven de veertig graden Celsius is dat wandelen geen dagvullende activiteit. Uiteindelijk belanden we aan het zwembad. Misschien nog wel de beste plek om te vertoeven. In de avonduren besluiten we toch ook nog even een gokje te wagen. De twee (!) dollar die we uiteindelijk verkwisten zijn binnen luttele momenten verdwenen en dan is het weer mooi geweest. Las Vegas is leuk om even gezien te hebben, maar (voor ons) geen stad om nou eens een week lang te vertoeven.

Per auto verlaten we de stad weer, richting de imposante Hoover Dam (vernoemd naar oud-president Herbert Hoover), waar de Colorado River afgedamd wordt. Ter illustratie: het bouwwerk is ruim 200 meter hoog en onderaan 200 meter dik. Wanneer je er overheen rijdt heb je eigenlijk amper een benul van hoe kolossaal het ding is, van een afstandje wel degelijk. De reis vervolgt zich via Highway 93 over de grens met Arizona. Staat nummer drie alweer op onze trip. Meer zouden het er overigens ook niet worden. Via Kingman rijden we richting oosten, met onderweg tank- en eetstops in relatief nietszeggende plaatsjes langs de historische Route 66. Misschien fraai voor de motornostalgisten. Ons doet het minder. Eindpunt van de dag is Flagstaff, eveneens gelegen aan Route 66. Dit universiteitsstadje ademt een opvallend liberale sfeer. Opvallend, omdat je wellicht meer een redneckstadje zou verwachten middenin Arizona. De invloed van de universiteit is echter duidelijk voelbaar. Het levert leuke winkeltjes en restaurants op. En een stapeltje cd's om onderweg in de auto te draaien. Te beginnen de volgende dag, richting de Grand Canyon. Maar niet nadat we de nacht hebben doorgebracht in een prachtig oud Victoriaans hotel, niet ver van de spoorbaan. En omdat Amerikaanse treinen de gewoonte hebben bij elke spoorwegovergang luid en lang te toeteren, kunnen we daar ook de hele nacht van genieten.

De volgende dag is wederom een stralend mooie. Blauwe luchten, flink zon. Ideaal om ver te kunnen kijken in de Grand Canyon. En ver is ook echt ver. Er is geen plek in Nederland waar je zoals daar kilometerslang richting horizon kunt staren. Laat staan de angstaanjagende diepten in. De Grand Canyon is prachtig, alleen blijkt die diepte verdomd lastig op de foto te zetten. Aan de zuidring kan je een heel eind wandelen, maar het uitzicht blijft eigenlijk overal wel redelijk gelijk: eindeloos en woest. Ook hier zijn de eekhoorns weer in overvloed aanwezig. Net zoals hen moeten ook wij uitkijken niet te dicht bij de rand te komen, al kan het sommige waaghalzen kennelijk nooit gevaarlijk genoeg zijn. We lopen van vista point naar vista point. Telkens blijft het verwonderlijk hoe opeens de diepte weer verschijnt en telkens weer is het zicht weer subliem. Maar toch ook weer overal ongeveer hetzelfde. Het moet iets groots, iets machtigs zijn dat dit geschapen heeft. Gigantische geologische activiteit. De nationale parken zijn de trots van de Amerikanen en dat is zeker niet geheel onterecht!
Vanaf de Grand Canyon gaat de reis weer terug naar Flagstaff, voor nog een nacht in het gezellige stadje. Om de volgende ochtend weer de auto te pakken terug richting het westen. Langzaam op naar Joshua Tree National Park. Maar eerst nog een dagje rustig rijden, via de mooie, bochtige weg door Oak Creek Canyon en later het imposante Red Rock Canyon, met fraaie knalrode rotspartijen. Het stadje Sedona ligt daar als een toeristische trekpleister tussen. Een mooie plek om te stoppen en te lunchen. Daarna vervolgen we de trip richting het mooie, als een Frans bergstadje ogende Jerome, waar na het sluiten van de mijnen ooit bijna het stadje uitgestorven was, maar inmiddels weer gevuld is met kunstenaren, leuke winkeltjes en stoere motorrijderskroegen. Jerome is mooi opgeknapt en ademt veel sfeer. Ook de weg die ons weer uit het plaatsje leidt is fraai, bergachtig en bochtig. Constant met de voet op de rem tijdens de afdaling. Uiteindelijk belanden we weer op de snelweg richting Kingman. Daar stoppen we voor de nacht, eten we bij het typisch Amerikaanse Denny's en doen we inkopen bij de al even zo typische (want kolossale) Walmart. De keuze is er reuze…
Wordt vervolgd…
Al maanden was het vooruitkijken aan de gang. De vliegtickets naar de westkust van Amerika waren immers al begin 2009 geboekt. Stilaan ontwikkelde ook het plan voor de rondreis zich, werd de huurauto gereserveerd en uiteindelijk werden ook de eerste drie nachten vastgelegd. De rest, dat zou vervolgens spontaan op locatie geregeld worden.
En dan is het uiteindelijk zover. Op 10 september staat om even voor tienen 's ochtends de gevleugelde taxi richting overzees klaar, inclusief overstap in Londen. Een uur of dertien later staan we na een voorspoedige vlucht opeens in de benauwde warmte van San Francisco. Misschien een tikje daas en confuus van de reis en het tijdsverschil, maar na het vinden van de backpacks wandelen we resoluut door richting het station van de BART, het openbaar vervoerssysteem van de Bay Area. Heel ver is het gelukkig niet meer vanaf daar. Ons hotel ligt op loopafstand van Market Street en Union Square, maar vanwege een stukje desoriëntatie en onze volle bepakking laten we ons uiteindelijk toch door een taxi droppen.

Op de vrijdag lopen we fris en fruitig de stad in. San Francisco is overzichtelijk, het voelt niet gejaagd als New York of Chicago. Maar kent ook heftig hellende straten die in je kuiten kunnen gaan zeuren. Niet voor niets vond men daar de welbekende cable cars op. Maar het is bovenal prachtig. Via het zakencentrum richting het ferrygebouw en de baai die uitzicht biedt op de Bay Bridge en Oakland aan de overzijde. Uiteindelijk besluiten we een rondvaart te maken door de baai, tot onder de Golden Gate Bridge en rondom Alcatraz. Helaas is, zoals zo vaak, het zicht op de rode brug niet optimaal. Niet voor niets heeft San Francisco namelijk de bijnaam Fog City. Het mysterieuze is dat die mist zich ook bijna alleen rond de brug centreert. Desondanks fascineert het mysterieuze zicht toch. Gelukkig is het uitzicht op het voormalige gevangeneneiland Alcatraz beter. Hier zat fameus Amerikaanse geboefte, zoals Al Capone en George "Machine Gun" Kelly, enkele jaren achter de tralies.
Na weer het vaste land onder de voeten terug te vinden, wandelen we door richting Fisherman's Wharf. Dé plek om allerlei vis te eten, en dé toeristenverzamelplaats bij uitstek. Vanaf daar is het een aangename wandeling langs het water richting Fort Mason, waar je alvast een mooie blik gegund wordt op de Golden Gate Bridge, nu al met aanzienlijk minder mistflarden. De dag vliegt snel voorbij, maar met de start van onze rondtocht door de USA is er één troost: op het eind zien we San Francisco nog een paar dagen terug.
Op dag 3 is de tijd namelijk gekomen om de huurauto op te halen. In onze gezinsbolide, een witte Ford Fusion, mogen we direct in het drukste deel van de stad de straat op. Wel even wennen, zo'n automaat, maar zonder kleerscheuren verlaten we de stad via de Bay Bridge. Langs Oakland zetten we koers richting Yosemite Park, een rit van enkele uren. Stilaan worden de wegen rustiger en dat geldt daarmee ook voor het rijden. De eerste zichten op Yosemite Park zijn prachtig en dramatisch tegelijk. Door de droogte is er het één en ander aan bos in vlammen opgegaan. Maar gelukkig is er nog meer dan genoeg natuurschoon over. We brengen de nacht door in Camp Curry, een kamp vol met gemeubileerde tenten, inclusief berenkluis. In die kluis dienen we onze proviand en cosmetica op te slaan, om hongerige berenklauwen te weerstaan. Beren zien of horen we niet 's nachts, wel zwaar ronkende buurmannen.

De volgende dag gaan we op pad, met de wandelschoenen onder de voeten. Het wordt een klim richting Vernal Falls, één van de bekende watervallen van het natuurpark. Een klim met (voor de minder ervaren hikers) toch wel wat felle stukjes omhoog. Al is het voor zij die al dan niet strompelend terugkeren van een flinke tocht naar de top van Half Dome natuurlijk nog slechts kinderspel. De uitzichten zijn hoe dan ook fraai, weids en imposant. Rotspartijen, veel bos en niet te vergeten heerlijke frisse luchten. Een goede water- en voedselvoorraad is ook voor ons geen overbodige luxe. Het trekt echter tijdens de lunchpauze meer geïnteresseerden: de talloze tamme eekhoorns die in het park wonen. Ook al stroomt er door Vernal Falls nu niet bizar veel water, het is en blijft een fraai schouwspel.
Na de tocht naar beneden aanvaard te hebben, wacht de auto weer om ons via de fraaie weg langs Tuolomne Meadows, voorbij een adembenemend mooi bergmuur en over de Tioga Pass naar de uitgang van het park te leiden. Er lijkt geen eind te komen aan het bochtenwerk. Na een aantal fraaie stops langs deze doorgaande weg komen we uit in het piepkleine Lee Vining, aan het Mono Lake. Eten lukt hier nog, onderdak voor de nacht vinden niet. Geen probleem, want in de VS is er in praktisch elk gat wel een aantal motels. Dus belanden we enkele tientallen mijlen verderop, in het mooie wintersportstadje Mammoth Lakes. Dat scheelt ons de volgende ochtend weer een stukje, op weg richting Death Valley.

Tussen Yosemite en Death Valley ligt een behoorlijk contrast. Zo groen als de eerste is, zo kurkdroog is de tweede. Maar op een imposante manier. Zoals alles in Amerika groot en groots hoort te zijn. Dat wordt ook geïllustreerd door de dramatische namen die de Amerikanen weten te geven aan diverse plekken in het park. Stovepipe Wells en Devil's Golfcourse zijn daar slechts voorbeelden van. Zo bochtig als het parcours in Yosemite is, zo kaarsrecht zijn hier de wegen vaak. Mijlen en mijlen is er helemaal niets, behalve oneindige droogte en verzengende hitte. Toch verandert het landschap om de zoveel mijl. Hier weer zandduinen, daar weer een zoutvlakte en vervolgens weer een uitgesleten canyon. Fascinerend? Ja, zeker. Maar niet voor urenlange hikes. Dan zou je namelijk absoluut een flinke kan water met je mee moeten sjouwen. Beschaving is er weinig, op enkele plekken na. Maar wie wil hier ook wonen, in deze verzengende hitte? Net buiten het park brengen we ook nog een bezoek aan een spookstadje. Nadat de mijn in Rhyolite, Arizona gesloten werd, is het hele plaatsje verlaten en in verval geraakt. Dat levert mooie plaatjes van vergankelijkheid op. Wat er resteert is roestig metaal, rottend hout en ingezakte huizen. De nacht brengen we door in het ietwat groezelige stadje Beatty in Nevada. Totaal niets fascinerends, maar in elk geval een goed bed voor de nacht.
Na nog een hele ochtend Death Valley, met wat leuke uitkijkpunten zoals de verweerde heuvels van Zabriskie Point, gaan we de reis richting Las Vegas aanvangen. Met de airco op volle toeren en met een opnieuw gevulde tank. Het zal je immers maar gebeuren, middenin de hete woestijn zonder brandstof komen te staan. Op naar de oase in die woestijn, op naar Sin City.
Wordt vervolgd...


It's with some sadness and great relief to tell you that I quit Oasis tonight. People will write and say what they like, but I simply could not go on working with Liam a day longer.
Veel meer woorden maakt hij er niet vuil aan. Noel Gallagher, gitarist en veruit de belangrijkste liedjesschrijver van Oasis geeft er de brui aan. Definitief. Oasis was eigenlijk al jaren als een huwelijk dat onder een slecht gesternte geboren was. Noel en Liam bleven bij elkaar voor het kindje. Een kindje dat volgens henzelf zelfs nog groter was dan The Beatles. De nodige bandwisselingen door de jaren heen konden dat niet verhullen. Wie de beide broers op het podium zag staan zag weliswaar vaak goeie shows, maar bemerkte nergens familiaire warmte. Begin dit jaar in de Heineken Music Hall en in juli nog op Rock Werchter. De Bert en Ernie van de Britpop gunden elkaar geen blik waardig. En dus speelde Oasis wel tamelijk mechanisch de vele grote hits die in de afgelopen decennia gescoord werden.
Nu de oudste Gallagher de stekker uit de band heeft getrokken, ligt het in de lijn der verwachting dat onder Oasis een dikke streep gezet kan worden. Zonder Noel zal de band slechts nog een slap aftreksel zijn van wat het ooit was (op Pinkpop al ooit eens te aanschouwen). Hij is de grote creator, hij schiep het Masterplan voor succes. Uit Liams pen komt slechts sporadisch iets zinnigs. Voor Noel gloort het gedroomde soloproject aan de horizon. Oasis is voltooid verleden tijd, ga daar maar vanuit. Jammer? Ja, natuurlijk wel. Maar achteraf gezien is het best bijzonder dat de bom nu pas definitief barst.
Het einde van de maand augustus komt met rasse schreden dichterbij. Het overgrote deel van Nederland keert terug van vakantie, hervat het werk weer en sluit binnenkort massaal weer aan in de files. Juist dat is het moment waarop wij het land gaan verlaten. De tijd is namelijk bijna rijp voor onze vakantie. Nog even de laatste werkdagen door zien te komen, de laatste zaken afhandelen of overdragen, en dan de deur dichttrekken. En even dichtlaten. Want binnenkort wacht ons de trip naar het Brusselse vliegveld. En van daaruit de lange vlucht (via Londen) naar San Francisco. Het startpunt van onze drie weken lange reis die in een week of drie per huurauto voert langs onder meer Yosemite Park, Death Valley, Las Vegas, Grand Canyon, Joshua Tree, Los Angeles, de Pacific Coast Highway, Big Sur en opnieuw San Francisco. Plus alles wat tussendoor op ons pad komt. Eindeloze wegen voor ons en de charme van elke avond maar zien waar we terecht gaan komen. Spontaniteit on the road, een beetje zoals de Beatschrijvers het deden. Van motel naar motel. Een fantastisch vooruitzicht, waar we eigenlijk al sinds januari naar aan het toeleven zijn. En eerlijk is eerlijk, ik begin ondanks allerlei leuke uitstapjes de afgelopen zomermaanden (waaronder muzikale trips als Werchter en Pearl Jamvoor KindaMuzik) nu ook wel echt een beetje naar die paar weken vakantie te snakken…


Het fenomeen dat kermiskoers heet, is iets bijzonders. De lokale middenstand pakt uit, het hele dorp (inclusief omstreken) staat met een Bavaria op straat. En dat om een paar grote sporthelden eindeloos rondjes rond de kerk te zien fietsen. Helden die enkele dagen daarvoor nog streden op de Mont Ventoux. Magere, doch flink gespierde mannetjes als de in het victorieuze knalgeel gestoken Alberto Contador, de gebroeders Schleck en Hollandse jongens als Laurens ten Dam en Koen de Kort. En publiekslieveling Bram Tankink. Voor een leek gaat het behoorlijk hard, voor doorgewinterde fietsers is het niet meer dan een relaxed rondje. Hier is tevoren al bekend wie met de eer gaat strijken. Geen gepijnigde gezichten. Wat is nou het dorpscentrum van Stiphout immers in vergelijking met het Franse hooggebergte? Niet zoveel, behalve dan dat hier centen op te halen zijn voor de bekende jongens. En geef ze eens ongelijk. Al probeert de speaker er met fraaie commentaren nog wat spanning in te brengen. Oh ja, en voor wie het nog niet door had: ja, Contador kwam als eerste over de meet. Uiteraard.





In Nijmegen begint de zomervakantie eigenlijk pas écht na de Vierdaagse en de feestelijkheden daaromheen. Waar de één voor dag en dauw zijn bed uit rolt om de hele dag te gaan wandelen, daar laat de ander pas op dat moment zijn hoofd op het kussen neerploffen. Nijmegen is lopen en feest. Het één vier dagen lang, het andere de hele week. En mijn persoonlijke hoogtepunt daarvan is altijd De Affaire, in het prachtige Valkhof, waar een magistraal stuk historie van Nijmegen ligt. Bands spelen er onder meer in de Barbarossa Ruïne. Fenomenaal. Of op ongeveer de plek waar vroeger eens de donjon gestaan moet hebben. Hoe dan ook een plek waar fraaie muziek en cultuurhistorie samen komen. En niet te vergeten een plaats waar mijn Vierdaagsegevoel het meest optimaal is. Want aan gezelligheid en leuke bands is er absoluut geen gebrek. Nu maar hopen dat het weer de rest van de week nog een beetje meewerkt.

| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |
Laatste reacties