Amerika, 10/09/2009-2/10/2009 (Deel II)

Las Vegas. Het sodom en gomorra midden in de woestijn. Een ongelooflijke stad, water- en energieverslindend met alle kolossale hotels, zwembaden, fonteinen, neonverlichting en alle andere ongekende gekte. Bij aankomst kijk je wel even je ogen uit. In het casino onder ons pyramidevormige hotel (het patserige, in Egyptische stijl gebouwde Luxor) voel je je bijna een legbatterijkip. Of het nou dag of nacht is, daar heb je binnen geen flauw benul van. En binnen, daar kan je feitelijk de godganse dag blijven, mocht je dat echt willen. Je vindt onder het hoteldak namelijk een achttal restaurants, een paar koffietoko's van Starbucks, enkele theaters, een heuse shopping mall en niet te vergeten een royale trouwkapel. Oh, en voor degene die het zich afvraagt: nee, we er zijn niet getrouwd. Wel zijn we in verzengende hitte gaan wandelen over een deel van The Strip. Maar bij temperaturen een stuk boven de veertig graden Celsius is dat wandelen geen dagvullende activiteit. Uiteindelijk belanden we aan het zwembad. Misschien nog wel de beste plek om te vertoeven. In de avonduren besluiten we toch ook nog even een gokje te wagen. De twee (!) dollar die we uiteindelijk verkwisten zijn binnen luttele momenten verdwenen en dan is het weer mooi geweest. Las Vegas is leuk om even gezien te hebben, maar (voor ons) geen stad om nou eens een week lang te vertoeven.

Per auto verlaten we de stad weer, richting de imposante Hoover Dam (vernoemd naar oud-president Herbert Hoover), waar de Colorado River afgedamd wordt. Ter illustratie: het bouwwerk is ruim 200 meter hoog en onderaan 200 meter dik. Wanneer je er overheen rijdt heb je eigenlijk amper een benul van hoe kolossaal het ding is, van een afstandje wel degelijk. De reis vervolgt zich via Highway 93 over de grens met Arizona. Staat nummer drie alweer op onze trip. Meer zouden het er overigens ook niet worden. Via Kingman rijden we richting oosten, met onderweg tank- en eetstops in relatief nietszeggende plaatsjes langs de historische Route 66. Misschien fraai voor de motornostalgisten. Ons doet het minder. Eindpunt van de dag is Flagstaff, eveneens gelegen aan Route 66. Dit universiteitsstadje ademt een opvallend liberale sfeer. Opvallend, omdat je wellicht meer een redneckstadje zou verwachten middenin Arizona. De invloed van de universiteit is echter duidelijk voelbaar. Het levert leuke winkeltjes en restaurants op. En een stapeltje cd's om onderweg in de auto te draaien. Te beginnen de volgende dag, richting de Grand Canyon. Maar niet nadat we de nacht hebben doorgebracht in een prachtig oud Victoriaans hotel, niet ver van de spoorbaan. En omdat Amerikaanse treinen de gewoonte hebben bij elke spoorwegovergang luid en lang te toeteren, kunnen we daar ook de hele nacht van genieten.

De volgende dag is wederom een stralend mooie. Blauwe luchten, flink zon. Ideaal om ver te kunnen kijken in de Grand Canyon. En ver is ook echt ver. Er is geen plek in Nederland waar je zoals daar kilometerslang richting horizon kunt staren. Laat staan de angstaanjagende diepten in. De Grand Canyon is prachtig, alleen blijkt die diepte verdomd lastig op de foto te zetten. Aan de zuidring kan je een heel eind wandelen, maar het uitzicht blijft eigenlijk overal wel redelijk gelijk: eindeloos en woest. Ook hier zijn de eekhoorns weer in overvloed aanwezig. Net zoals hen moeten ook wij uitkijken niet te dicht bij de rand te komen, al kan het sommige waaghalzen kennelijk nooit gevaarlijk genoeg zijn. We lopen van vista point naar vista point. Telkens blijft het verwonderlijk hoe opeens de diepte weer verschijnt en telkens weer is het zicht weer subliem. Maar toch ook weer overal ongeveer hetzelfde. Het moet iets groots, iets machtigs zijn dat dit geschapen heeft. Gigantische geologische activiteit. De nationale parken zijn de trots van de Amerikanen en dat is zeker niet geheel onterecht!
Vanaf de Grand Canyon gaat de reis weer terug naar Flagstaff, voor nog een nacht in het gezellige stadje. Om de volgende ochtend weer de auto te pakken terug richting het westen. Langzaam op naar Joshua Tree National Park. Maar eerst nog een dagje rustig rijden, via de mooie, bochtige weg door Oak Creek Canyon en later het imposante Red Rock Canyon, met fraaie knalrode rotspartijen. Het stadje Sedona ligt daar als een toeristische trekpleister tussen. Een mooie plek om te stoppen en te lunchen. Daarna vervolgen we de trip richting het mooie, als een Frans bergstadje ogende Jerome, waar na het sluiten van de mijnen ooit bijna het stadje uitgestorven was, maar inmiddels weer gevuld is met kunstenaren, leuke winkeltjes en stoere motorrijderskroegen. Jerome is mooi opgeknapt en ademt veel sfeer. Ook de weg die ons weer uit het plaatsje leidt is fraai, bergachtig en bochtig. Constant met de voet op de rem tijdens de afdaling. Uiteindelijk belanden we weer op de snelweg richting Kingman. Daar stoppen we voor de nacht, eten we bij het typisch Amerikaanse Denny's en doen we inkopen bij de al even zo typische (want kolossale) Walmart. De keuze is er reuze…
Wordt vervolgd…



























Laatste reacties